Doorgaan naar hoofdcontent

Een geluk bij een ongeluk

Blinddates lijken haast uitgestorven. Dankzij Tinder en Inner Circle heb je meestal al selfies, vakantie kiekjes en dickpics van je potentiële partner gezien voordat je elkaar dan eindelijk ontmoet in dat saaie café dat hij uitgezocht heeft. Toch heb ik het voor elkaar gekregen om maarliefst twee keer op een ouderwetse blinddate te gaan. Mijn laatste blinddate was zo saai dat ik diezelfde avond nog met een andere gast op date gegaan ben en die eerste blinddate was een heerlijke mix van gênante gebeurtenissen, slechte grappen en goedkope wijn. Aangezien niemand wil lezen over een oersaaie date gaat dit verhaaltje over mijn eerste blinddate. Ik zat met een vriendinnetje te eten bij een nieuw, hip tentje in Amsterdam centrum toen ze vertelde dat ze me wilde koppelen aan één van haar collega's. Haar vriend, die de collega ook weer kent, vond het een slecht idee omdat ik schijnbaar geen wifey material ben maar daar liet ze zich niet door tegenhouden. Meneer de collega was al ingelicht en dol enthousiast. "Wat heb je hem over mij verteld dan?" vraag ik. "Er was niet veel voor nodig" antwoordt mijn vriendin lachend, "toen hij hoorde dat je lang en blond bent, zei hij meteen ja". Ik vraag me hardop af hoe dit dan zogenaamd minder oppervlakkig is dan de vleeskeuring op Tinder. "Oppervlakkig of niet, mijn collega is echt een leukerd dus zeg nou gewoon ja!" gaat mijn vriendin enthousiast verder. Voor ik instem, wil ik toch iets over deze oh zo leuke collega weten dus vraag mijn vriendinnetje om een tipje van de sluier op te lichten. "Okay, hij heeft een tattoo van de Westertoren en is chef" vertelt ze. Amsterdam is mijn grote liefde dus met een permanent plakplaatje van de oude Wester scoor je bij mij al punten. Als daar dan ook nog bij komt dat je een beetje kan koken, zie ik niet echt rede om je geen kans te geven. Zodoende zit ik een paar dagen later in de bus naar, jawel lieve mensen, Hoofddorp. Hoofddorp is nou niet bepaald het paradijs maar hey wie weet heeft hij wel een heel gezellig appartementje. Terwijl ik in de bus zit, vraag ik me af waar ik in godsnaam aan begonnen ben. Omdat ik zo druk bezig ben met mezelf ervan overtuigen dat het allemaal heel leuk, spontaan en avontuurlijk is, stap ik uit bij de verkeerde bushalte. Achteraf gezien was dat misschien een hint, een teken van Cupido die me duidelijk probeerde te maken dat ik de liefde van mijn leven niet in Hoofddorp zou vinden. Na een half uur koukleumen bij bushalte, stap ik in de volgende bus om een kwartiertje later weer uit te stappen. Het wordt me al snel duidelijk dat dit de goede halte is als er een man op me af gelopen komt met fonkelende oogjes. Hij is een kop kleiner dan ik en lacht met scheve tanden naar me. Ik denk aan de Westertoren die ergens op zijn arm zou moeten staan en probeer met man en macht openminded te zijn. Het gaat tenslotte allemaal om het innerlijk he. We lopen naar zijn appartement en kletsen wat over de standaard dingetjes; wat doe je, waar woon je, heb je huisdieren. Hij blijkt twee katten te hebben die me vol enthousiasme staan op te wachten. Na een hartelijk welkom van de poesjes, zit ik met een kersverse ladder in mijn panty op de bank. Ik kijk om me heen en zie een hele collectie ordinaire fotolijstjes, witte kussens met zilveren randjes en om het af te maken een wit gespoten plankje met de legendarische woorden live, laugh, love er op. Hij biedt me een Sauvignon Blanc aan die ik herken van de huisfeestjes in de 3e klas. Goor spul maar ik knik gretig want vieze wijn lijkt me in dit geval beter dan geen wijn. Terwijl we de eerste fles erdoorheen jagen, komen we erachter dat we toch redelijk veel gemeen hebben. We hebben het over onze families en alle rare halfbroertjes en stiefmoeders waar we mee opgescheept worden door onze ouders, de hotels waar we in gewerkt hebben en natuurlijk Amsterdam. Ik begin de situatie al wat minder somber in te zien en neem nog een slok van mijn wijn die inmiddels ook al iets beter lijkt te smaken. Terwijl ik rustig verder ga met de tweede fles, begint hij met koken. Dat hij chef is, blijkt niet gelogen. De zalm en verse tagliatelle die hij me voorschotelt, smaken heerlijk en het gerechtje ziet eruit alsof het thuishoort op een foodblog. Terwijl we eten, gaat fles nummer drie open en biecht hij op dat hij zo zenuwachtig was dat hij al twee flinke glazen op had toen hij me stond op de wachten bij de bushalte. Ik waardeer zijn eerlijkheid en voel me gelijk wat minder schuldig over het feit dat ik inmiddels al bijna twee flessen wijn naar binnen heb gegoten. Terwijl hij de pasta bordjes afruimt, vertelt hij dat hij ook nog een toetje heeft. Ik als ware zoetekou kan mijn geluk niet op. Na wat gerommel in de keuken komt hij terug met een van de weinige toetjes die ik ronduit smerig vind. Er zijn voor zover ik weet maar twee zoete dingen op deze mooie aard die ik niet lust en dat zijn bananen en chocolade vla. Waarom vla hem een geschikt toetje leek, vraag ik me nog steeds wel eens af maar hij leek er erg tevreden mee te zijn. Vol trots presenteert hij me een bakje choco vla met een toefje slagroom. Ik kijk er naar en probeer te bedenken hoe ik na mijn enthousiaste reactie van eerder nog onder het toetje uit kan komen. Als ik met frisse tegenzin een hapje neem, staat hij op van zijn stoel. Terwijl ik aan tafel blijf zitten hurkt hij naast mijn stoel en pakt mijn bakje vla van tafel. Ik gruwel als ik besef wat meneer van plan is en doe mijn ogen dicht in een poging om te doen alsof het allemaal niet echt is. Daar zit ik dan, mond open ogen dicht. Hij voert me een hapje vla alsof ik een hulpeloze baby ben en ik verlies terplekke mijn mijn eer en waardigheid voor zover ik die al had. Als ik mijn ogen open doe, probeer ik beleeft te lachen maar voor ik het weet, gebeurt er iets waar ik daadwerkelijk kei hard om moet lachen. Meneer de vla chef probeert op de staan van zijn ongemakkelijke hurkpositie maar verliest  zijn evenwicht. Hij valt naar achter en terwijl hij zijn balans verliest, probeert hij zich nog vast te grijpen aan de tafel. Hij grijpt finaal mis en veegt met zijn arm de bakjes vla van tafel die vervolgens door de kamer vliegen en met een hele hoop gekletter en gespetter op de vloer belanden. Als hij opgestaan is en ik bij gekomen ben van het lachen, kijken we om ons heen. De hele kamer zit onder de chocolade vla. Hij kijkt gegeneerd naar de grond terwijl ik tevreden naar het slagveld kijk. Die vla hoef ik in ieder geval niet meer op te eten.

Reacties